In de krant stond dat Patricia de Martelaere dood is. Schrijfster. Filosofe. Geboren in 1957, had een tumor in haar hoofd. Ik weet niet zo veel van haar verder. Ik las ooit een essay van haar, Scepticisme: einde of begin van de filosofie? Nogal samenvatterig over wat de verschillende filosofen gezegd hebben. Dan lees ik liever de filosofen zelf.
Maar ook las ik ooit van haar een prachtige roman, De schilder en zijn model, verschenen in 1989. Ik zou niet zo gauw een Nederlandse roman voor de geest kunnen halen die zo uitgebeend is, zo kaal. Maar tegelijk zo voortstuwend. Zelfs die van Jan Arends niet. Of Alberts.
Ik ken ook niet zo heel veel Nederlandse literatuur, eerlijk is eerlijk. Maar ik weet dan ook weer wel dat bijvoorbeeld Marja Pruis de ontreddering van de erotiek beschamend mooi weergaf in haar korte roman Bloem.
Daar gaat De schilder en zijn model ook over. Het gaat niet over een schilder en zijn model. Het gaat over een vrouw en haar affaires. Of liever gezegd: Over de onmogelijkheid van die affaires. Over het willen stoppen en niet kunnen. Over het voort gejaagd worden naar een zelfdestructief punt. Het lijkt, qua sfeer, nog het meest op de boeken waarin Marguerite Duras over de misschien ziekelijke, of verslavende liefde schrijft.
Dat is waarschijnlijk een vrouwending. Overgave tegen wil en dank. Geen weerstand kunnen bieden tegen een man die… Ja, die wat.
Is dat een bepaald type man? De kaars waar de motten in vliegen? (Bah wat een cliché.)
Niet als je Patricia de Martelaere mag geloven. Die beschrijft de betreffende mannen ook weer vrij nuchter, zet ze op het sullige af neer. In bed zijn ze of te onstuimig, of ze bakken er niks van. Maar voor de vrouw in het boek maakt dat niks uit. Ze kan honderd keer zeggen dat ze die man niet meer wil zien omdat die haar niks te bieden heeft, honderd keer keert ze weer naar hem terug.
Het zijn vaak van die snelle observaties in korte zinnetjes, zoals:
Hij is getrouwd maar zijn vrouw is niet mooi.
Of een alinea als deze:
Zoals hij een kat streelt.
Met brede, krachtige halen, waar het dier onder wankelt. In één trek van kop tot staart, als om een stofje weg te vegen. Eenmaal. Tweemaal. Dan is het genoeg geweest.
De kat kromt de rug, steekt wellustig de staart in de lucht en begint te spinnen, onder een hand die het al lang heeft laten afweten.
Ze haat hem.
Ik zie dan niet de kat, maar ik zie de vrouw die dat ziet en die hem haat omdat de man met haar doet wat hij ook met de kat doet, en die haar zo afhankelijk maakt dat ze hem haat. En juist haar haat is tegelijk haar afhankelijkheid. Door haar haat geeft ze het niet op.
Of ook in zinnetjes als deze:
Hij trekt haar tegen zich aan, knoopt haar blouse los.
Dan stoot hij haar van zich af.
Het is de man die zich bedient van de vrouw. Haar half verkracht en haar dan weer negeert. En de vrouw die onder dit alles haar wil lijkt te verliezen. Of haar wil wil verliezen. Want dat blijft onduidelijk. Wat haar sturende kracht is. De lust. De verslaving met de dramatiek. De doodsdrang. Het gaat, zoals bij veel moderne literatuur natuurlijk ook over het probleem van de vrije wil.
Er zijn trouwens zoals gezegd verschillende mannen. En het verloopt niet steeds hetzelfde. Maar haar onmacht is een constante. In ongenadig tempo gaat het verhaal door alle ontmoetingen heen, waarbij alleen de essenties van het spel worden aan getipt, en de personages zowel geloofwaardig als volkomen schematisch blijven. Ja, in de lucht hangen ze, en juist daarom komt het ineens dichtbij.
Wat is dat met die vrouw? Het is alsof ze iets wil uitwissen in zichzelf:
Zij is een geboren verleidster.
Ze kon het niet laten mannen die haar aantrekken te benaderen, zo snel mogelijk, zodat ze haar zo snel mogelijk niet meer aantrekken.
Ze heeft op een keer op een receptie een man ontmoet met wie ze twee uur later in bed lag en die ze drie uur later nooit meer wou zien.


Al in zijn “jonge jaren” heeft Ouwe Knoest dit beseft.
De man is een jager,
maar de vrouw beslist
of hij raak heeft geschoten
of (jammerlijk) heeft gemist.
Nou Ouwe Knoest,
Dat weet ik nog niet zo. Of de vrouw beslist. En wie de jager is en wie de prooi.
Niet als je dit boek.
Man en vrouw, beiden worden gestuurd eerder.
Tegen wil en dank dus.
Joost mag/kan het weten.
)
))
D
Het waren eigen levenservaringen van Ouwe Knoest. ;o)
Gezond en nog lang niet versleten.
Die zijn leven hebben gekleurd en niet verwoest.
Ik dacht dat je Nachtboek van een slapeloze bedoelde, was dat gaan lezen (ook heel goed trouwens). Ik ga het lezen, De schilder en zijn model.