Bij het opruimen van de archieven. Een HP van 1 juli 1989. Het presentatiefeestje van de roman Gimmick van Joost Zwagerman. In kaart gebracht in de rubriek Milieu door G. J. Dröge ( 1943-2007). Met rechts op de pagina, van boven naar beneden: Martin Bril (1959-2009), Theo van Gogh (1957-2004) en Peter Giele (1954-1999).
De jaren tachtig. Snelle jaren.



Is dit soms een replica decennium? En dan dat snelle; voor mij waren het trage jaren. Wij heeft er nu gelijk?
HET WAS VERROT LINKS.
1989: Het begin van de snelle jaren dan toch.
Val de Berlijnse Muur, startpunt van het ongebreidelde kapitalisme.
Na 20 jaar zijn de meeste idealen wel verdampt.
En voor sommigen geldt: Snel dood.
Was genieten hoor Gimmick lezen op de middelbare school.
Tand door de lip wegens gummieknuppel. Toen er een peloton ME-ers langs kwam galopperen en een langharige teckel ’s morgens in lederen outfit met riemen en studs niet al te fris aan z’n fiets daar op de hoek stond te rommelen tijdens de ontruiming van Wolters-Noordhoff. “Mongeaul!”, riep ik nog, maar ze hadden erge haast om de werkelijke vijand te grazen te nemen … Ik neem het de man maar niet meer kwalijk. We leken op elkaar. Elk in zijn eigen uniform. Jaren 80. Een gevecht wat nooit voorbij is gegaan. Van straat tot staat. Jaren van feesten en zuipen tot in de ochtendgloren en werklui uitlachen om negen uur ’s morgens als je naar huis zwalkte met een ondefinieerbare verlopen slet die nog wel lekker rook naar wat later bleek Old Spice. Discussies moesten er gevoerd worden over Zen en doeken volgeschilderd met magisch realisme. En jenever spuiten en een hand vol antidepressiva van iemands ouwe moer met whiskey achterover keilen.Wat kon het verdommen! Het was voorjaar en dus gingen we pinksterbloemen roken. Zet nog een plaat op van Jimmy Bo Horne want dat is lijp man en flikker het bankstel uit het raam van 3 hoog. Benzine moet er op! We moeten een fik hebben! Haal de motor uit de schuur! We gaan naar Spanje!
Toen de Berlijnse muur viel, op de achtergrond, op de tv, pleegde ik overspel, met ‘n overspelige vrouw.
Op ‘n hotelkamertje.
(oeps, was al ‘n nachtkaars-topicje over, maar goed, bij deze dan)
Da’s ‘t enige interessante wat mij is bijgebleven van de eightie’s.
Volstrekt nutteloos decennium.
De decennia daarvoor en later waren allemaal spannender.
In de jaren tachtig werd door de intelligentsia, om het eigen hedonisme te intellectualisren het Ik-tijdperk ingeluid. Egocentrisme en een asociale instelling werden gelegaliseerd en bon ton. No future, leef bij het moment. De hippies werden yuppies. emoties bevredigen en geld verdienen werden de godsdienst. De films werden steeds bloediger en grover, de rampenfilms steeds rampzaliger. Punk had zich al aan de commercie verkocht, voordat ze anticommercieel werd genoemd. Het was het laatste pre-internet decennium. In ‘89 kocht ik mijn eerste computer, de Atari 1040STf (1 Mb gheugen, geen harde schijf, maar al wel met muis en pre-windows besturingssysteem.
Van de grachtengordelkliek was nog niet echt sprake, maar wel van de Gooise matras. De kraakbeweging veranderde definitief in een militante terroristenbende met internationale connecties.
Disco verdreef de echte muziek: net zo vlak en inhoudsloos als het decennium. De maatschappij werd onpersoonlijker, mede door de toenemende (ook interne) migratie en bevolkingsgroepen werden door de politiek handig tegen elkaar uitgespeeld, terwijl achter de schermen de plannen voor de Superstaat U (EUSSR of, naar later bleek, Eurabie) werden uitgevoerd. Landen bezweken onder schuldenlasten en het IMF zorgde voor volksopstanden en aangedraaide duimschroeven.
1 decennium: tig keer verhuisd: Gorinchem Utrecht Den Haag Amsterdam. Mijn leven is een puinhoop.
Groetjes.
Leuk!
Bedankt, Joost.