Zo ziet het er nu uit.

Zo ziet het er nu uit.

En, hoe staat het inmiddels met onze Belgische correspondent Jan Haerynck? Hij ligt nog steeds in het ziekenhuis.  Nu is het grote wachten aan gebroken. Jan kreeg al sterkte toegewenst door onze held Ivan Heylen bekend van Hee schon wijveken, ge wit da’k a gere zie. Jan tikt inmiddels met één vingers, en nog zonder hoofdletters. En de eerste foto’s van de arm van Jan zijn binnen. Dus alles gaat vooruit.

Van dichterbij

Van dichterbij

Hoi Joost,

Alleluja! Ik behoor weer tot de levenden, tot mijn eigen verbazing. Deze nacht uitstekend kunnen slapen en daarbij nog eens veel minder pijn gehad. Mijn buurman is duidelijk de braafste en de stilste van de klas. Een Rus ofzo.

Gisteren namiddag kreeg ik het flink aan de stok met de verpleegster in verband met pijnstillers. Zij weigerde er nog te geven, ik crepeerde van de pijn en smeekte en smachtte om één simpel dafalgantje. Ze hield voet bij stuk. “Ik mag je toch niet drogeren?!” Daar had ik een totaal andere mening over. Enfin, na veel vijven en zessen kreeg ik toch mijn intraveneuze pijnstiller.

Ik heb geleerd dat je in een ziekenhuis flink op je strepen moet staan of ze vegen de vloer met je aan. Het ziekenhuis is er niet voor de patiënt, de patiënt is er voor de portemonnee van het ziekenhuis.

Maar wat ik hier eet, willen de lezers weten. Eerlijk, dat valt best mee. Gisterenmiddag kreeg ik een prakje van spinazie en onbestemd vlees, maar met als toetje onbespoten fruit. ’s Avonds had ik me te goed gedaan aan taartjes van een vriendin, en hield ik het bij koffie. Everzwijn, trappist, hoppescheuten en kalfszwezeriken zijn nog niet op mijn bord geserveerd, maar we wachten manmoedig af. Misschien komt er deze middag wel kaviaar.

De pijn heeft zich verbazingwekkend genoeg terug getrokken. Maar je weet altijd dat die plots weer genadeloos kan toeslaan. Dan wil je als een klein mannetje onder mama’s rok schuilen, en trek je als een spast in 70 bewegingen samen.
Bon, straks is het eten, we wachten – wachten – wachten – wachten, en straks komt er hopelijk bezoek. De vazen staan al klaar, je zult zien dat er geen enkele bloem de kamer wordt binnen gesmokkeld en iedereen met een slof sigaretten komt aanzetten. Ik blijf een groot geloof hebben in de mensheid.

PS: Verneem net de dood van Simon Vinkenoog, zag hem nog enkele maanden geleden in Oostende optreden, raadde me nog aan om zuivere morfine voor mijn armpje te gebruiken, ik moest maar eens langs komen, helaas, helaas, het begon bij hem ook met een mank been, aie, aie.

Hartelijk, Jan


3 reacties op “Jan’s ziekenhuisdagboek 4”

  1. arthur van Amerongen zegt:

    Dat ziet er keurig uit, Juanito! Ach, Simon, hij had een mooi leven, maar ken jij effekes snel een titel van een van zijn werken ophoesten? Dat was het probleem een beetje met die schat. Van zijn optimisme kunnen wij allemaal wat leren. Laat de nagedachtenis aan ons aller Simon een steun zijn voor jou, in jouw precaire situatie. Kan je in het ziekenhuis eigenlijk de zwijnengriep oplopen, hoe zit dat precies? Kusje van den Tuur

  2. Prof. Drs. G.B.J. VanFrikschoten zegt:

    “Ik ben zo bang dat ik mijn eigen tuin niet meer zal zien deze zomer.”, zei Simon op 25 Juni tegen de verslaggever van AT5.
    http://www.at5.nl/artikelen/18933/interview-met-simon-vinkenoog
    Het blijkt bloedlink te zijn om zulke twijfels binnen te laten varen op de scheidslijn in het medisch overslagdepot. Dan ben je een spelend kind van 80 en spreekt nog de Vader je toe. Voel jij je nog een beetje lekker, Jan? Jammer dat het (zo aan de foto’s te zien) toch je sex-hand betreft…

  3. Jan, weet jij dat ons Joost inmiddels 15.000 vaste bezoekers heeft, en dat die allemaal jouw schitterende en vooral ontroerende stukken lezen. Maar ze zijn bang, voor hun eigen sterfelijkheid, en daarom reaguren ze niet. Maar ze volgen je hoor! Ik hou van jou, in het verre Paraguay, you got a friend!

Boeken

Koop mijn boeken bij Bol.com Koop mijn boeken bij Bol.com
Klik hier voor een overzicht van mijn boeken