Broers

broersDe jaren tachtig waren vooral de jaren van de onmacht. Met name in de Amsterdamse kunstscene overschreeuwde men zich, in de geest van Warhol, om een nieuwe wereld te maken die er niet van zou komen. De aanslag op Scholte, waarbij  iedereen naar iedereen zou wijzen, was daarbij het even fascinerende als trieste hoogtepunt. De gefantaseerde mythes waren soms van hoog niveau. Hier zag ik hoe de fictie strijd aanging met de waarheid. Al dan niet onder invloed van spul. Ieder die leeft in zijn eigen illlusie. Roem, porno, kunst, het Kwaad, de underground. Ik wilde daar cynisch naar kijken, maar ook met mededogen. Dat komt niet altijd even goed over. Maar dat moet dan maar. Klik op het boek om het eerste hoofdstuk te lezen.

De Groene over broers
Leeuwarder Courant over broers
De Morgen over broers


Thomas van den Bergh in Elsevier, 2 februari 2002:

“Joost Niemöller heeft een roman geschreven over de affaire-Scholte. Het is een raar, moeilijk boek geworden, maar ook een erg goed boek.”

Ingrid Hoogervorst in De Telegraaf, 29 januari 2002:

“Wie is wie is niet de vraag. Klopt de sfeer die ‘Broers’ beschrijft? Naar mijn idee heeft Niemöller die uitstekend getroffen. Zijn boek, geschreven in een trefzekere stijl, is spannend en ook interessant voor mensen die ‘er niet bij waren’. De absurde dialogen geven de machtsstrijd, het wantrouwen, en de vervreemding uitstekend weer.”

André Matthijsse in de Haagse Courant, 8 februari 2002:

“Niemöller heeft een laconieke stijl die zo’n inhoudelijk, chaotisch boek toch goed leesbaar houdt.”

Arjan Peters, De Volkskrant, 15 februari 2002:

“Dit boek gaat dus eigenlijk over een individu dat verslag doet van zijn onvermogen zich aan iets of iemand te hechten. Geplaatst tegenover de gedrogeerde, megalomane en paranoïde kunstenaars uit de jaren tachtig is die houding zo’n droef alternatief nog niet. En daar komt Verburg in de dialoog dan ook achter, wanneer hij in het kleurrijke Parijs van 1998 eindelijk eens zin krijgt om ‘iets leuks’ te gaan doen. “Ik had echt zin in iets leuks”: daar moest ik om lachen, omdat Rudolf zelfs dán nog vaag blijft.”

Atte Jongstra, Leeuwarder Courant, 22 februari 2002:

“Het gebeurt niet vaak dat je een hoofdpersoon tegen het lijf loopt met wie je meteen bevriend wil raken. Dat hij een koffervol onwaarschijnlijke, maar echt voorgevallen gebeurtenissen meeneemt – je kijkt niet zozeer naar die koffer, je kijkt naar hem. Vreemde, onbetrokken vent, die alles ziet. Zo’n kerel, denk je dan, daar wil ik wel een boek mee door. Ik ben met Rudolf Verburg 287 pagina’s lang door de roman ‘Broers’ gewandeld.”

Kees ‘t Hart, De Groene Amsterdammer, 2 februari 2002:

“Deze wereld van kleine sterrendromen, van meelopen, van erbij willen horen, weet Niemöller zeer geslaagd uit te beelden, uit te benen, zou je misschien beter kunnen zeggen. Hij neemt haar haarscherp en sardonisch waar en hij laat haar van binnen en van buiten zien. Al dat gezwets over kunst, over kunstplannen, over ideetjes, over concepten, over de juiste opmerkingen op het juiste moment.”

Marc Reugebrink, De Morgen, 22 mei 2002:

“De kracht van Broers is dat Niemöller deze geschiedenis, aanvankelijk althans, op de achtergrond houdt. Hij focust op Rudolf Verburg, op diens persoonlijke geschiedenis die grotendeels wordt gedomineerd door een verdwenen broer en een om onduidelijke redenen vermoorde vader, op diens onvermogen contact te maken met zijn eigen gevoelens, op de door hemzelf niet begrepen en vaak nauwelijks herkende woede. Het levert prachtige passages en zinnen op die zowel hilarisch als dieptragisch zijn.”

De plaatjes op deze pagina zijn aanklikbaar tot een groter formaat

Boeken

Koop mijn boeken bij Bol.com Koop mijn boeken bij Bol.com
Klik hier voor een overzicht van mijn boeken