De therapie.

therapieEen roman die speelt in de weerzinwekkende wereld van de psychologen, die ziektebeelden verzinnen waar je bijstaat, zoals het Meervoudig Persoonlijkheids Syndroom, waardoor personen uiteen zouden vallen in meerdere personages. De hoofdpersoon heet Carl. Carl, Albert, het zijn namen waar ik van hou. Klik op het boek om het eerste hoofdstuk te lezen.

Recensie De Telegraaf
Recensie De Groene Amsterdammer

De critici over De therapie:

Enno van der Eerden, Rails, augustus/september 1997.

“Niemöllers roman is enerzijds een aanklacht tegen de moderne psychotherapie en het volgens hem veel te ver doorgeschoten gepsychologiseer binnen onze samenleving, anderzijds is het een hilarische en vermakelijke parodie.”

Ingrid Hoogervorst, De Telegraaf 28 april 1997.

“Natuurlijk vormen psychologen als Diekstra en hun methoden een makkelijk doelwit. Zo’n satire leidt onvermijdelijk tot komische zwart-wit tekening. De grootste verdienste van deze roman is dan ook niet die satirische kant, maar de consequent volgehouden, briljante wijze waarop Niemöller zich als schrijver inleefde in zo’n totaal doorgedraaide vreemde figuur. In die zin is dit boek een voortzetting van De spier (1994) waarin hij de lezer deelgenoot maakte van de dwanggedachten en fantasieën van een seriemoordenaar.”

Aleid Truijens, De Volkskrant, 2 mei 1997.

“De totale desintegratie in Carls hoofd is bijzonder knap beschreven door Niemöller. Hij is in dat hoofd gaan zitten en beschrijft op een beklemmende manier hoe het is om speelbal te zijn van zelf gesponnen verhalen, gekmakende theorieën en niet te stuiten influisteringen. Als Carl staat te zweten van angst wanneer de bibliothecaris op de universiteitsbibliotheek zijn pasje door te computer haalt -nu zal het uitkomen, hij is het niet!- zweet je met hem mee. De zwaarste gek in dit boek is het meest aannemelijke personage.”

Karin Spaink, De Groene Amsterdammer, 9 juli 1979.

“Niemöller beschrijft Carls surrealistische gedachtegang schitterend; alle tussenstappen in de geheel eigen logica van Carls waan laat hij overtuigend zien, in quasi-naïeve zinnetjes. Wanneer Carl vanuit zijn huiskamer een Amerikaanse slee ziet, gelooft hij onmiddellijk dat het de Amerikaanse geheime dienst is die hem tracht af te leiden van zijn vorsing van de familie. Carl tracht alles wat hij ziet te duiden: onder en achter en tussen alle dingen schuilen betekenissen, niets is wat het is, en met elke mogelijkheid moet rekening gehouden; daarmee komt alles in Carls hoofd op de helling te staan, biedt niets nog houvast en glibbert hij langzaam weg uit de gewone wereld.”

De plaatjes op deze pagina zijn aanklikbaar tot een groter formaat